Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. Een grondig inzicht hebben in de theorieën, modellen en technieken van één van de bedrijfseconomische functionele domeinen (accountancy, bedrijfsfinanciering of marketing).
  2. Verder uitdiepen van de basiskennis m.b.t. de andere functionele domeinen.
  3. Kritisch aanwenden van kennis bij het analyseren en evalueren van complexe bedrijfseconomische vraagstukken.
  4. Inzicht hebben in de vooronderstellingen van standaardmethoden en ze creatief en innovatief aanwenden bij het analyseren van complexe bedrijfseconomische problemen.
  5. De kennis van het breder economisch kader, verwante wetenschappen en de andere functionele domeinen kritisch gebruiken bij het analyseren en oplossen van problemen uit het bestudeerde specialistische functionele domein.
  6. De ondersteunende wetenschappen (statistiek, wiskunde, onderzoeksmethodologie, beleidsinformatica) kritisch aanwenden bij het oplossen van complexe bedrijfseconomische problemen eigen aan het bestudeerde functionele domein.
  7. De courante specialistische statistische technieken en onderzoeksmethodologieën eigen aan het functionele domein beheersen.
  8. Paradigmata toepassen en de grenzen ervan aanduiden en creatief benutten.
  9. Inzicht hebben in de ontwikkeling en dynamiek binnen de bestudeerde bedrijfseconomische functionele domeinen, en deze kennis aanwenden bij de analyse van complexe problemen.
  10. Veranderingsprocessen en het belang van innovatie integreren in het denkkader.
  11. Grondig inzicht en kennis van internationale financiële rapportering, audit en beheerscontrole (afstudeerrichting Accountancy). Grondig inzicht en kennis van financiële analyse, bedrijfsfinanciering, waardering en risicomanagement (afstudeerrichting Corporate Finance). Grondig inzicht en kennis van consumentengedrag, business en internationale marketing, marketingcommunicatiebeleid, business development en digital marketing (afstudeerrichting Marketing).
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Een wetenschappelijk gefundeerd onderzoek in een bedrijfseconomisch functioneel domein definiëren en uitwerken en daarvoor de meest geschikte onderzoeksmethodenkritisch selecteren en voor eigen gebruik aanpassen.
  2. Kritisch overzicht hebben van bronnen van bedrijfseconomisch onderzoek en ze creatief aanwenden.
  3. Onderzoekshypothesen formuleren en toetsen.
  4. De resultaten van het eigen onderzoekwetenschappelijk correct en integer uitvoeren, beperkingen inzien en richtlijnen geven voor verder wetenschappelijk onderzoek.
  5. De resultaten van bestaand en van eigen initieel onderzoek interpreteren, rapporteren en evalueren.
  6. Zelfstandig kiezen voor een correct abstractieniveau bij de modellering van complexe bedrijfseconomische problemen op het vlak van accountancy, bedrijfsfinanciering of marketing.
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Bedrijfseconomische vraagstellingen binnen een functioneel domein met een hoge mate van zelfstandigheid vakoverschrijdend en domeinoverschrijdend analyseren en beoordelen op basis van wetenschappelijke kennis.
  2. Een persoonlijk standpunt formuleren en aanbevelingen geven bij complexe bedrijfseconomische problemen.
  3. Kritisch reflecteren op het eigen denken en functioneren, en zo nodig bijsturen, o.a. d.m.v. problem-based learning.
  4. Getuigen van een houding van levenslang leren en professionele groei.
  5. Bedrijfseconomische problemen systematisch vanuit meerdere perspectieven behandelen.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Kritisch schriftelijk rapporteren over onderzoek naar bedrijfseconomische problemen en hun oplossingen.
  2. Mondeling presenteren van eigen onderzoeksresultaten en probleemoplossingen aan vakspecialisten en niet-vakspecialisten.
  3. In team werken aan een bedrijfseconomische onderzoeksvraag vanuit verschillende rollen.
  4. Communiceren over bedrijfsproblemen in het Engels.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competentie
  1. Historische maatschappelijke tendensen en hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen koppelen aan het eigen wetenschappelijk werk.
  2. Maatschappelijke en ethische consequenties van nieuwe ontwikkelingen integreren in het wetenschappelijk werk.
  3. Maatschappelijke en ethische consequenties van eigen beslissingen als bedrijfseconoom inschatten en evalueren.
  4. De taak van de professional in de maatschappij situeren.
Competentiegebied 6: Beroepsspecifieke competentie
  1. Zelfstandig kunnen verrichten van wetenschappelijk onderzoek.
  2. Zelfstandig kunnen aanwenden van wetenschappelijke kennis op het niveau van een beginnend bedrijfseconoom.