Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. De basisbegrippen en methodes van de slavistiek en Oost-Europakunde maar ook de centrale feiten uit de (cultuur)geschiedenis, literatuur en historische taalkunde van de Oost-Europese landen kennen en gebruiken.
  2. Een receptieve en productieve kennis van het Russisch en van een of twee moderne Zuidoost-Europese talen op intermediair niveau hebben en gebruiken.
  3. Een degelijke receptieve kennis van het Oud- en Kerkslavisch in zijn hoofdvarianten hebben.
  4. De ondersteunende wetenschappen (literatuurwetenschap, historische taalkunde, geschiedenis, antropologie) aanwenden.
  5. Het voorlopige karakter van kennis door kritische oppositie van opinies, stellingen, hypothesen op gebied van de slavistiek en Oost-Europakunde inzien.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Onder begeleiding een onderzoeksplan op het gebied van de Russische literatuur en cultuur, Zuidoost-Europese cultuur- en regiostudies of Slavische filologie en historische taalkunde ontwerpen en uitvoeren.
  2. Historische en actuele bronnen opsporen en kritisch verwerken in een betoog.
  3. Internationaal onderzoek (incl. in de bestudeerde talen) identificeren, naar wetenschappelijke waarde schatten en benutten.
  4. De gepaste methodologische omkadering van een onderzoeksonderwerp verantwoorden.
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Analytisch en kritisch denken over (cultuur)historische, literatuurwetenschappelijke, taalkundige en/of antropologische problemen.
  2. Kritisch reflecteren over de geschiedenis, de culturele en de maatschappelijke ontwikkeling van Rusland en Zuidoost-Europa, en de historische ontwikkeling van het Slavisch uit taalkundig en filologisch perspectief.
  3. Een onderzoekende houding tegenover bronnen, ideeën, theorieën aannemen, en onderzoeksmethoden -en technieken toepassen.
  4. Van een brede belangstelling voor Oost-Europa getuigen.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Eigen kennisverwerving en reflectie in een tekst met wetenschappelijk karakter verwoorden.
  2. Resultaten van eigen kennisverwerving en reflectie presenteren en bediscussiëren.
  3. Wetenschappelijke opdrachten samen met anderen uitvoeren.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competentie
  1. De maatschappelijke vooronderstellingen van wetenschappelijke publicaties op het gebied van Oost-Europese talen en culturen door de tijd heen begrijpen en beoordelen.
  2. De culturele specificiteit en de maatschappelijke gevoeligheden van Oost-Europa inzien.
  3. Zich bewust zijn van Oost-Europa als een deel van de Europese beschaving en de diversiteit van Oost-Europa (Slavisch en niet-Slavisch) erkennen.