Profiel van de opleiding

Inhoud

In de diergeneeskundige opleiding doen de studenten kennis op die wordt verworven aan de hand van onderzoek en ervaring omtrent het leven en de gezondheid van de huisdieren. De begrippen "gezondheid" en "huisdier" worden hierbij in een brede betekenis gebruikt.

Gezondheid :


Huisdieren :

Een dergelijke brede opleiding laat toe dat een dierenarts in verschillende sectoren terecht kan:

De opleiding tot dierenarts start met de studie van de natuurkunde, de scheikunde, de plant- en dierkunde. Daarnaast worden de cel en de weefsels, waaruit een dier opgebouwd is, bestudeerd. Het herkennen van de verschillende rassen en de beoordeling van hun waardevolle kenmerken worden eveneens onderwezen. Tenslotte wordt in de statistiek gepoogd de biologische verschijnselen wiskundig te omvatten. In de tweede en derde bachelor staat het gezonde dier centraal. Het wordt bestudeerd naar bouw (anatomie, histologie), in zijn ontwikkeling (embryologie) en in al zijn functies (fysiologie, biochemie). Daarnaast wordt inzicht verworven in de verschillende ziekteverwekkers (bacteriologie, virologie, parasitologie, mycologie), in de diervoeding, de genetica alsook in de immunologie.

In de masterjaren krijgen de studenten een grondige vakopleiding via colleges, praktische oefeningen en klinieken die het hele domein van de diergeneeskunde bestrijken. Allerlei ziekten en afwijkingen worden bestudeerd naar oorzaak, pathogenese, symptomen, diagnose, prognose, behandeling en preventie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verschillende onderzoekstechnieken zoals radiologie, echografie, analyse, enz.
Daarnaast wordt heel wat aandacht besteed aan het dier als producent van voedingsmiddelen, aan de veterinaire wetgeving en de deontologie. Het theoretisch onderricht wordt aangevuld met vele uren praktische oefeningen en klinisch werk.

In het tweede Masterjaar dienen de studenten te kiezen uit twee pakketten keuzevakken; grote huisdieren met veterinaire volksgezondheid en gezelschapsdieren.

In het laatste masterjaar moet de student één van de vijf opties kiezen nl. gezelschapsdieren; paard; herkauwers; varken, pluimvee en konijn of onderzoek. Naast de optie moeten nog een aantal keuzevakken genomen worden. Op deze manier is het onderwijs en de kliniek voor de student veel meer diersoortgericht geworden dan dit vroeger het geval was.

Reeds jaren blijkt de opleiding diergeneeskunde ruimere beroepsmogelijkheden te bieden dan louter het genezen van dieren. De wetenschappelijk gefundeerde en medisch onderbouwde opleiding is zeer geschikt voor o.a. verschillende domeinen in het wetenschappelijk onderzoek. Voor studenten die met hun dierenartsdiploma in deze sector carrière willen maken werd de optie Onderzoek opgericht.

Tevens dient iedere student in zijn laatste masterjaar een masterproef te schrijven. Die heeft als bedoeling de student vertrouwd te maken met literatuur, opzoeken van literatuurgegevens, gebruik van de computer en het schrijven van een verslag of overzicht. Dit heeft tot gevolg dat de studiebelasting in de masterjaren en tot en met het laatste jaar groot is.

Stages en klinieken georganiseerd in het zomerreces voorafgaand aan start academiejaar

De stage (120 uur) van het opleidingsonderdeel “Ethologie, Ethiek en Dierenwelzijn” van de 3de Bachelor of Science in de diergeneeskunde kan men ook afleggen tijdens het zomerreces tussen 1ste en 2de Bachelor.