Doelstellingen en eindtermen

Doelstellingen

De doelstelling van de opleiding tot bachelor in de Diergeneeskunde is in de eerste plaats een voorbereiding op de doorstroom naar de opleiding tot master in de diergeneeskunde. Tijdens de bacheloropleiding verwerft de student een basiscompetentie in de algemene biomedische wetenschappen en een specifieke competentie in de normale structuur en het normaal functioneren van dieren met nadruk op zowel de grote als de kleine huisdieren. De student krijgt daarnaast inzicht in de complexe rol die de huisdieren spelen in de moderne maatschappij, meer specifiek de rol als gezelschapsdier, de rol als voedselproducerend dier en de rol van de huisdieren in de volksgezondheid. De student leert hierbij ook wetenschappelijke informatie zelfstandig op te zoeken, te assimileren en te rapporteren. Na de bacheloropleiding kan de student deze wetenschappelijke gegevens kritisch evalueren op hun wetenschappelijke, maatschappelijke en ook ethische relevantie en is hij/zij zich bewust van de noodzaak tot blijvende bijscholing ook na het verwerven van het diploma.

Eindtermen

De eindtermen van de opleiding tot bachelor in de diergeneeskunde omvatten de algemene competenties zoals denk- en redeneervaardigheid, kunnen verwerven en verwerken van informatie gepaard aan een kritische reflectie over die informatie en een ingesteldheid tot levenslang leren. De eindtermen omvatten eveneens de algemene wetenschappelijke competenties waarmee de student door een onderzoekende houding en met de kennis van onderzoeksmethoden en -technieken een probleemgericht onderzoek zowel zelfstandig als in groep kan uitvoeren. Bij de eindtermen van de bacheloropleiding diergeneeskunde horen ook de basiskennis van de biomedische wetenschappen gekoppeld aan een doorgedreven kennis en inzicht in de structuur en het functioneren van de huisdieren zowel in een medische als in een maatschappelijke context.