1. Vakspecifieke kennis, inzicht en vaardigheden eigen aan het specialisme integreren in de complexe praktijk van de gezondheidszorg.
2. De principes van medische informatica toepassen om het probleemoplossend vermogen blijvend te ontwikkelen en te reflecteren over de eigen vakspecifieke kennis en vaardigheden.
3. Met een multi-perspectivistische blik wetenschappelijk onderbouwde kennis integreren bij het uitoefenen van de beroepshandelingen.
4. Effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg op een integere en betrokken wijze leveren.
5. Aandacht hebben voor patiëntveiligheid en kwaliteit van zorg binnen een multiculturele samenleving.
6. Door adequaat persoonlijk en interprofessioneel gedrag te vertonen bijdragen aan een effectieve interdisciplinaire samenwerking.
7. Rekening houden met gezondheids-economische aspecten en relevante wettelijke bepalingen in handelen met het oog op maatschappelijke verantwoorde gespecialiseerde zorg.
8. Participeren in wetenschappelijk onderzoek om op die manier bij te dragen aan de verdere (inter)nationale ontwikkeling van het vakgebied.
9. Een kritisch wetenschappelijke houding op integere wijze bestendigen.
10. Deskundigheid van studenten, collega’s, patiënten en andere betrokkenen in de gezondheidszorg op een duurzame manier bevorderen.
11. Correct, efficiënt en op humaan-empathische wijze met patiënten en hun omgeving communiceren met aandacht voor diversiteit.
12. Op adequate wijze feedback geven en feedback ontvangen.
13. Correct en doelmatig overleggen met collega’s en andere zorgverleners conform de geldende normen en regels.
14. De kwaliteitseisen m.b.t. de verschillende aspecten van het vakgebied en management van de gezondheidszorg adequaat toepassen.
15. Op een deontologische correcte manier functioneren in leidinggevende functies binnen de organisatie van de gezondheidszorg.
16. De grenzen van de eigen competentie kennen, daarbinnen handelen en waar aangewezen doorverwijzen.