Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. Strategisch inzicht hebben in de aansturing van een organisatie en zijn functionele domeinen.
  2. Inzicht hebben in interne en externe contextfactoren die het functionele specialisatiedomein beïnvloeden.
  3. Kunnen aanwenden van theorieën en modellen eigen aan het gekozen functionele specialisatiedomein om zo oplossingen voor domeinspecifieke problemen voor te stellen.
  4. Analyseren van complexe bedrijfskundige uitdagingen op basis van onderbouwde wetenschappelijke inzichten.
  5. Toepassen van methodologische technieken eigen aan het functionele specialisatiedomein.
  6. Optimaliseren van de relatie tussen het functionele specialisatiedomein en de andere bedrijfsfuncties.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Inzicht hebben in de informatie- en databronnen eigen aan het functionele specialisatiedomein.
  2. Analyseren van wetenschappelijke bronnen voor bedrijfskundige oplossingen binnen het functionele specialisatiedomein.
  3. Beoordelen van de relevantie van een onderzoeksopzet binnen het functionele specialisatiedomein.
  4. Uitvoeren van een onderzoeksopzet binnen het functionele specialisatiedomein.
  5. Kritisch interpreteren van de resultaten van eigen en bestaand wetenschappelijk onderzoek.
  6. Onderzoeksresultaten vertalen in praktijkgerichte aanbevelingen.
  7. Presenteren van de resultaten van eigen en bestaand onderzoek (binnen het functionele specialisatiedomein).
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Kritisch reflecteren over het eigen handelen.
  2. Kritische leerhouding aannemen bij eigen leerproces.
  3. Kan de belangrijkste evoluties de belangrijkste evoluties in het gekozen functionele specialisatiedomein identificeren, situeren en toepassen.
  4. Omgaan met onzekerheid bij het identificeren van oplossingen voor bedrijfskundige problemen.
  5. Standpunten ten aanzien van bedrijfskundige uitdagingen wetenschappelijk en analytisch onderbouwen.
  6. Conflicterende perspectieven integreren bij de analyse van bedrijfskundige uitdagingen.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Abstracte informatie (bv. organisatie- of onderzoekplannen) begrijpelijk maken voor mensen met een sterk uiteenlopende achtergrond.
  2. Op gestructureerde wijze doelgericht schriftelijk communiceren in een bedrijfskundige context.
  3. Constructief dialogeren over bedrijfskundige uitdagingen met gesprekspartners met diverse functionele achtergronden.
  4. Teamgericht samenwerken in een (internationale) organisatie.
  5. Opdrachten autonoom en projectmatig uitvoeren.
  6. Opdrachten autonoom en projectmatig opvolgen.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competentie
  1. Legt ondernemerszin en een proactieve houding aan de dag.
  2. Innovatieve en duurzame oplossingen voorstellen voor de analyse van bedrijfskundige vraagstukken.
  3. Duurzaam evalueren van antwoorden op bedrijfskundige uitdagingen.
  4. Over het vereiste aanpassingsniveau beschikken om adequaat te functioneren in een (internationale) complex en snel veranderende bedrijfskundige context.