Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. Inzicht hebben in organisatiemanagement.
  2. Inzicht hebben in de samenhang van de functionele domeinen van de bedrijfskunde.
  3. Inzicht hebben in de maatschappelijke relevantie van ondernemerschap, innovatie en duurzame bedrijfsvoering.
  4. Inzicht hebben in de macro- en micro-economische context van organisaties.
  5. Inzicht hebben in bedrijfsrelevante informatie- en communicatietechnologie.
  6. Inzicht hebben in de kwantitatieve onderzoeksmethoden (i.e. wiskunde, statistiek en onderzoeksmethodologie).
  7. Beheersen van de belangrijkste bedrijfskundige begrippen in het Frans en Engels, en Spaans en/of Duits.
  8. Begrijpen hoe externe en interne contextfactoren (juridisch, economisch, cultureel en maatschappelijk) bedrijfsvoering en managementbeslissingen beïnvloeden.
  9. Aanwenden van economische en bedrijfskundige theorieën en modellen bij bedrijfskundige problemen.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Ontleden van bedrijfskundige problemen aan de hand van wetenschappelijk bronnen.
  2. Identificeren van relevante onderzoeks- en analysetechnieken voor een bedrijfskundige probleem.
  3. Aanwenden van de relevante wetenschappelijke informatie voor de analyse voor een concreet bedrijfskundig probleem.
  4. Toepassen van bedrijfskundige onderzoekstechnieken van dataverzameling en data-analyse.
  5. Uitvoeren van een bedrijfskundig onderzoek.
  6. Kunnen synthetiseren van de resultaten van (bestaand) wetenschappelijk onderzoek.
  7. Kunnen interpreteren van de resultaten van (bestaand) wetenschappelijk onderzoek.
  8. Kunnen rapporteren van de resultaten van (bestaand) wetenschappelijk onderzoek.
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Verbanden leggen tussen bedrijfskundige data, patronen en informatie.
  2. Een onderbouwde mening vormen over een bedrijfskundige uitdaging.
  3. Oog hebben voor de praktijkrelevantie van probleemoplossingen.
  4. Aandacht hebben voor maatschappelijke evoluties en tendensen.
  5. Inzicht hebben in het eigen leerproces en competentieontwikkeling.
  6. Rekening houden met diverse perspectieven en probleembenaderingen bij de analyse van bedrijfskundige uitdagingen.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Begrijpelijk maken van een complex onderwerp voor mensen in het werkveld.
  2. Aanpassen van de communicatiestijl aan de vooropgestelde doelgroep.
  3. Doelgericht mondeling en schriftelijk communiceren in een bedrijfskundige context.
  4. Communiceren in het Nederlands, Frans en Engels, als in het Spaans en/of Duits in een bedrijfskundige context.
  5. Teamgericht kunnen samenwerken.
  6. Constructief omgaan met diverse probleemperspectieven en -benaderingen.
  7. Opdrachten projectmatig opvolgen.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competentie
  1. Aandacht hebben voor het duurzame karakter van bedrijfskundige beslissingen.
  2. Bewust zijn van de noodzaak om bedrijfskundige vraagstukken innovatief te benaderen.
  3. Uitdagingen creatief benaderen vanuit een open geestbenadering.
  4. Oog hebben voor de bedrijfskundige opportuniteiten verbonden aan (interculturele) maatschappelijke evoluties en tendensen.
  5. Beschikken over het vereiste aanpassingsvermogen om te functioneren in een bedrijfskundige context.