Competentiegebied 1: Kenniscompetenties
  1. Geavanceerde kennis van de eigen ingenieursdiscipline beheersen en toepassen bij complexe problemen.
  2. Creatief en doelgericht benutten van vakspecifieke Computer Aided Engineering (CAE) tools en van geavanceerde reken- en communicatiemiddelen.
  3. Complexe digitale informatieverwerkende systemen met een belangrijke hardwarecomponent ontwerpen.
  4. Complexe intelligente softwaresystemen met behulp van hedendaagse programmeermodellen, -talen en hulpmiddelen ontwerpen.
  5. Complexe communicatienetwerken en multimediale applicaties in diverse toepassingsdomeinen ontwerpen.
  6. Modellen van systeemaspecten en ontwerpmethodologieën voor informatieverwerkende systemen beheersen.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competenties
  1. Complexe problemen analyseren en omzetten in een wetenschappelijke vraagstelling.
  2. Een literatuuronderzoek in de wetenschappelijke literatuur uitvoeren.
  3. De best passende modellen, methoden en technieken selecteren en toepassen.
  4. Wiskundige modellen en methoden ontwikkelen en valideren.
  5. Resultaten van eigen onderzoek en dat van anderen objectief en kritisch interpreteren.
Competentiegebied 3: Intellectuele competenties
  1. Zelfstandig een standpunt vormen over complexe situaties en dit standpunt verdedigen.
  2. De eigen kennis creatief, doelgericht en innovatief inzetten bij onderzoek, ontwerp en productie.
  3. Kritisch reflecteren over eigen denken en handelen en de grenzen van de eigen competenties kennen.
  4. De evoluties in het vakdomein op de voet volgen en de eigen competenties verder ontwikkelen tot op expertniveau.
  5. Zich flexibel aanpassen aan veranderende professionele omstandigheden.
Competentiegebied 4: Competenties in samenwerken en communiceren
  1. In de Engelse taal communiceren over het eigen vakgebied.
  2. Projectmatig werken: doelstellingen formuleren, gericht rapporteren, einddoelen en ontwikkeltraject in het oog houden.
  3. Functioneren als lid van een team in een multidisciplinaire omgeving en beginnend leiding geven.
  4. Schriftelijk, mondeling en grafisch rapporteren over een technisch of wetenschappelijk onderwerp.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competenties
  1. Ethisch, professioneel en maatschappelijk verantwoord handelen.
  2. De belangrijkste, bedrijfskundige en juridische aspecten van de eigen ingenieursdiscipline onderkennen.
  3. De historische evolutie van de eigen ingenieursdiscipline en haar maatschappelijke relevantie duiden.
Competentiegebied 6: Beroepsspecifieke competentie
  1. Beheersen van complexiteit van technische systemen door systeem- of procesmodellen te gebruiken.
  2. Tegenstrijdige specificaties en randvoorwaarden verzoenen in een kwaliteitsvol en innovatief ontwerp of proces.
  3. Onvolledige, tegenstrijdige of redundante gegevens omzetten in bruikbare informatie.
  4. Voldoende parate kennis en inzicht bezitten om resultaten van complexe berekeningen te controleren of benaderend te voorspellen.
  5. Aandacht hebben voor de volledige levenscyclus van systemen, machines en processen.
  6. Aandacht hebben voor energie-efficiëntie, milieukost, grondstofverbruik, en arbeidskost.
  7. Aandacht hebben voor aspecten van betrouwbaarheid, veiligheid en ergonomie.
  8. Inzicht hebben in en het belang begrijpen van de rol van ondernemerschap in de maatschappij.
  9. Blijk geven van doorzettingsvermogen, innovatiedrang en zin voor het creëren van meerwaarde.