Profiel van de opleiding

Doel

Het algemeen doel van de opleiding Jeugdgezondheidszorg is de student in staat stellen als preventiearts in de jeugdgezondheidszorg de gezondheid, de groei en de ontwikkeling van jeugdigen te helpen bevorderen, bewaken en behouden.

De jeugdarts is in staat deze opdracht te vervullen:

Dit veronderstelt in het algemeen van de jeugdarts:

Eindtermen

De eindtermen situeren zich op 10 onderscheiden domeinen en omvatten zowel kennis ("beschikt over de nodige kennis om"; "heeft inzicht in"), attitudes en vaardigheden ("is in staat tot"; "kan"; "beschikt over de vaardigheden om").

  1. De jeugdarts heeft inzicht in de organisatie en structuur van de gezondheidszorg, de welzijnszorg en het onderwijs in het algemeen, en van de preventieve zorg voor jeugdigen in het bijzonder en kan de respectieve gangbare denkmodellen hanteren; hij is in staat deze te kaderen binnen een historische en internationale context.
  2. De jeugdarts heeft inzicht in de ontwikkelingen op medisch-ethisch, juridisch en deontologisch gebied, en meer specifiek deze die verband houden met het collectief-preventief functioneren; hij is in staat in overeenstemming hiermee te werken.
  3. De jeugdarts heeft inzicht, zowel op het niveau van groepen als individuen, van de groei, de ontwikkeling, het gezondheidsgedrag en de gezondheidstoestand (fysiek, psychisch en sociaal) van jongeren, en van de factoren die daarop van invloed zijn (determinanten); hij is in staat deze te evalueren.
  4. De jeugdarts heeft inzicht in de begrippen normaliteit en normale variatiebreedte, en is in staat te werken met kansen en met programmatische opsporingstechnieken (systematisch, volgens protocollen, planmatig, methodisch denken en werken).
  5. De jeugdarts heeft inzicht in methodieken van probleemdefiniëring en van beschikbare remediëringsmogelijkheden; hij is in staat door eigen (lichamelijk, psychisch en sociaal) onderzoek, en rekening houdend met de bevindingen van andere disciplines, een probleem en de verdere aanpak ervan te omschrijven.
  6. De jeugdarts beschikt over de nodige kennis, vaardigheden en attitudes om samen te werken met anderen en is in staat tot efficiënte netwerkvorming met de gezondheid- en welzijnssector; hij beschikt over de vereiste vaardigheden om te functioneren als jeugdarts, met name klinische, sociale en communicatieve vaardigheden.
  7. De jeugdarts heeft inzicht in methodieken van management en is in staat deze toe te passen in preventieve diensten; hij heeft inzicht in implementatiestrategieën, en kan deze toepassen onder meer op het vlak van het vaccinatiebeleid.
  8. De jeugdarts heeft inzicht in beleidsprocessen en besluitvormingslijnen; hij beschikt over de vereiste kennis, vaardigheden en attitudes om te overleggen met beleidsinstanties op alle niveaus, en hen te overtuigen op basis van wetenschappelijke argumenten en elementen uit de praktijk.
  9. De jeugdarts heeft inzicht in de verschillende systemen van gezondheidsbewaking in het algemeen, en in gezondheidsinformatiesystemen in het bijzonder; hij kan deze kritisch evalueren, en de resultaten ervan toepassen op de eigen populatie en voor eigen doeleinden.
  10. De jeugdarts beschikt over de vereiste kennis, attitudes en vaardigheden om wetenschappelijke informatie te verzamelen, kritisch te evalueren en te rapporteren aangepast aan het doelpubliek en het beleid; hij is in staat tot zelfstandig leren.
Wet, decreet of Europese richtlijn waaraan de opleiding voldoet
Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 12/12/2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van personeelsleden van de CLB.
Wettelijke beroepsvereisten waaraan het diploma voldoet
Arts in de Jeugdgezondheidszorg