Profiel van de opleiding

Profiel van de opleiding

 

De opleiding wordt gezamenlijk georganiseerd door de UGent, de VUB, de KU Leuven, de UAntwerpen en de UHasselt. De UGent staat in voor de administratieve coördinatie. De onderwijstaal is Nederlands, sommige keuzevakken worden in het Engels gedoceerd.

Deze opleiding wil studenten in staat stellen om vanuit een stevig theoretisch fundament in het interdisciplinaire vakgebied van de genderstudies veranderingsprocessen te realiseren en te ondersteunen in het maatschappelijk veld. Studenten worden opgeleid om op een wetenschappelijk onderbouwde, geëngageerde en verantwoordelijke wijze te kunnen omgaan met complexe problemen van sociale ongelijkheid en discriminatie.

De nadruk ligt enerzijds op het verwerven van een gevorderde kennis van de theorievorming in het domein van gender en diversiteit. Studenten leren hoe zij gender als analytische categorie en kritisch perspectief kunnen hanteren met betrekking tot centrale vraagstukken in de wetenschap, geschiedenis, politiek, media, cultuur en maatschappij. De koppeling van genderstudies aan de analyse van andere vormen van diversiteit zoals etniciteit, seksuele oriëntatie en klasse, verhoogt de relevantie van de opleiding in de multiculturele samenlevingen van vandaag.

De opleiding maakt ook een sterke link met de praktijk en het werkveld. Daartoe voorziet het programma onder meer in een stage. Zo wil de opleiding inspelen op de vraag naar gender- en diversiteitsexperten die leeft in het beleid, in het onderwijs, de bedrijfswereld, verenigingen en ngo’s.

 

Opbouw

De opleiding is gespreid over twee semesters en omvat vijf delen:

        een verplichte gemeenschappelijke theoretische basis (vaste stamvakken - 15 ECTS);

        een gedeeltelijke keuze in vakken die de binding tussen theorie en maatschappelijke praktijk centraal stellen of een meer theoretische uitdieping binnen een bepaald domein bieden (flexibele stamvakken - 15 ECTS);

        individuele keuzevakken (5 of 10 ECTS);

        een stage (5 of 10 ECTS);

        de masterproef (15 ECTS).

Daarmee beoogt de opleiding een geleidelijke evolutie van een gemeenschappelijke, theoretische focus naar een meer individuele thematische specialisatie en veldverkenning.

 

> stage

Via de stage kunnen de kennis en inzichten, opgebouwd in de theoretische en thematische opleidingsonderdelen, gekoppeld worden aan de praktijkervaring. Studenten die kiezen voor een reflectiestage (5 ECTS), verblijven gedurende een beperkte tijd in een bedrijf of organisatie. Zij analyseren hun observaties en rapporteren hierover vanuit gender- en diversiteitstheoretische denkkaders.

Studenten die kiezen voor een participatiestage (10 ECTS) zijn gedurende een langere periode actief werkzaam in een bedrijf, instelling of organisatie, waar ze (mee)werken aan een specifiek project, een bepaald onderzoek uitvoeren of een beleidsondersteunend rapport schrijven.

 

> keuzevakken

Het programma kan aangevuld worden met 5 of 10 ECTS keuzevakken (naargelang de keuze voor een reflectie- of participatiestage) of uit de twee niet-gekozen flexibele stamvakken die de mogelijkheid bieden tot meer individuele specialisatie. Een vooropgestelde lijst van 20 keuzevakken vormt een uitgebreid aanbod van de toepassing van gender- en diversiteitsbenaderingen in uiteenlopende onderzoeksdomeinen en maatschappelijke thema’s.

 

> masterproef

Het sluitstuk van de opleiding bestaat uit een masterproef over een zelf gekozen thema in het veld van gender en diversiteit waarin wordt aangetoond dat verworven wetenschappelijke inzichten en vaardigheden kunnen worden geïntegreerd in een wetenschappelijke reflectie.

 

Arbeidsmarkt

 

Het diploma gender en diversiteit biedt toegang tot al de beroepen waar een masterdiploma gevraagd wordt. Afgestudeerden kunnen in het bijzonder terecht in die onderdelen van een organisatie die gericht zijn op interne of externe veranderingsprocessen met als doel het realiseren van gelijkheid voor diverse maatschappelijke groepen.

Een diploma in gender en diversiteit is van nut in tal van sectoren:

(lokale, regionale, nationale, supra- en internationale) besturen en beleidsorganen; administraties, overheidsinstellingen en andere diensten die een cel/werking gelijke kansen, gender of diversiteit hebben (bv. SELOR, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, de politie, de krijgsmacht, culturele instellingen); instellingen zoals het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding; politieke partijen en studiediensten, vakbonden; allerhande middenveldorganisaties, de vrouwenbewegingen en ngo’s; universiteiten, onderzoeksinstituten, consultancybureaus; de mediasector; personeelsdiensten en human resources management zowel in de publieke als de private sector.