Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. Gevorderd inzicht hebben in recente sociologische theorievorming en capita selecta uit de gezondheidssociologie en sociale demografie, onderwijs- en cultuursociologie, politieke sociologie of de sociologie van conflict en ontwikkeling.
  2. Onderzoeksimplicaties afleiden op basis van inzicht in de relevantie en beperkingen van algemene en specialistische sociologische theorieën en benaderingswijzen.
  3. Een wetenschappelijk onderbouwde en doordachte argumentatie ontwikkelen over hedendaagse maatschappelijke fenomenen en problemen.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Alle stappen in een onderzoek naar maatschappelijke fenomenen of problemen doordacht, correct en geïntegreerd uitvoeren.
  2. Gevorderde technieken van kwalitatief en/of kwantitatief onderzoek verantwoord uitvoeren en de resultaten hiervan correct interpreteren.
  3. Inzicht hebben in specifieke methoden en technieken die relevant zijn voor één specialisme van de sociologie.
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Een complex (onderzoeks)project opzetten en uitvoeren.
  2. Een complex (onderzoeks)project op basis van zelfreflectie en feedback van peers en sociologische professionals pragmatisch bijsturen.
  3. Als actief lid van een groep wetenschappelijke opdrachten verrichten.
  4. Deontologisch correct wetenschappelijke opdrachten uitvoeren en rapporteren.
  5. Up-to-date specialistische kennis in eigen werk integreren.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Alle stappen van sociologisch onderzoek geïntegreerd en coherent beschrijven aan de hand van een academisch format.
  2. Gevorderde sociologische inzichten en onderzoek mondeling presenteren aan de hand van een academisch format.
  3. Gevorderde sociologische inzichten en onderzoek mondeling presenteren aan de hand van creatieve formats.
  4. Gevorderde sociologische inzichten en onderzoek presenteren en verantwoorden in een formeel gesprek.
  5. Empathisch, kritisch en constructief het sociologisch werk van peers bespreken.