Doelstellingen en eindtermen

Doelstellingen

De opleiding bestaat uit twee niveau’s, nl. 1/ een uit twee jaar bestaande academische opleiding waarin de basiskennis van de drie hoofddisciplines (Klinische Chemie, Hematologie, Microbiologie) van de klinische biologie verworven wordt en 2/ een verdere specialistische opleiding van drie jaar waarin de basiskennis van één of meerdere disciplines verder uitgediept wordt .

Het algemeen doel van de opleiding is: 1/ de vorming van een specialist met kennis van de menselijke fysiologie en inzicht in de biologische "markers" om pathologische toestanden te detecteren en hun evolutie te volgen, 2/ de vorming van een specialist in de evaluatie en/of ontwikkeling van methoden voor analyse van hoger vermelde biologische parameters in diverse matrices en de kwaliteitsbewaking ervan. Op die manier wordt de Master in de Klinische Biologie voor Apothekers opgeleid voor een functie met verantwoordelijkheid op medisch raadgevend en analytisch vlak in de keten van de gezondheidszorg en wordt hij voorbestemd voor het nemen van de leiding van een klinisch laboratorium. Concreet moet de afgestudeerde in staat zijn als bereikbare eerstelijns medische wacht voor een klinisch laboratorium te fungeren op wie zowel het laboratoriumpersoneel als de aanvragende artsen beroep kunnen doen voor testsuitvoering, evaluatie van analyseresultaten, testselectie, bemonsteringsinstructies en testinterpretatie.

Eindcompetenties

De Master in Klinische Biologie voor Apothekers dient over volgende competenties in termen van kennis, vaardigheden en attitudes te beschikken :

• De basiskennis van de drie hoofddisciplines van de klinische biologie (Hematologie, Klinische Chemie, Microbiologie) beheersen.

• De theoretische kennis eigen aan de algemeen gangbare analytische technieken kunnen toepassen op de dagelijkse laboratoriumpraktijk.

• De klinische interpretatie en relevantie van de analytische tests kennen.

• Een continue kwaliteit van de analyseresultaten kunnen garanderen.

• Zelfstandig beslissingen kunnen nemen over uitvoering en interpretatie van laboratoriumtests in de verschillende disciplines van de klinische biologie.

• Courante laboratoriumproblemen in elke subdiscipline van de klinische biologie kunnen oplossen.

• Kennis bezitten over kwaliteitsborging in het laboratorium.

• Adviezen kunnen geven in verband met aanvragen en interpretatie van laboratoriumanalysen.

• Vaardigheden bezitten om een laboratorium te kunnen leiden.

• Op een adequate manier de wetenschappelijke literatuur kunnen gebruiken voor selectie en implementatie van diagnostische tests.

• Als eerstelijns medische wacht voor een klinisch laboratorium kunnen fungeren.

Daarnaast zijn de meer generieke eindcompetenties van een Masteropleiding voor deze Master na Master onverminderd geldig, zoals :

• Kunnen communiceren in een multidisciplinaire professionele omgeving.

• De evoluties in de farmaceutische en medische vakgebieden via moderne ICT, gedrukte bronnen en nascholing kunnen opvolgen.

• Zelfstandig procedures voor laboratoriumonderzoek kunnen uitwerken, valideren en toepassen.

• Zelfstandig fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek kunnen verrichten.