Doelstellingen en eindtermen

Algemene doelstellingen master-na-bacheloropleidingen in de bio-ingenieurswetenschappen

De algemene doelstelling van de opleiding tot Master in de bio-ingenieurswetenschappen is de studenten te brengen tot een niveau van wetenschappelijke kennis, vaardigheden en inzichten (over de domeinspecifieke aspecten van het beheer en de sturing van de levende materie en de daarmee gerelateerde processen), die hen in staat moeten stellen om binnen het domein van de Master op een deskundige en waardebewuste manier te functioneren in de verschillende sectoren van de arbeidsmarkt waartoe de Master toegang verleent. Een bio-ingenieur moet dusdanig gevormd worden dat hij/zij in staat is om, uitgaande van bestaande kennis gegenereerd via wetenschappelijk onderzoek, en mits de nodige kritische ingesteldheid t.o.v. de bestaande technologieën, nieuwe originele en innovatieve bijdragen en verbeteringen te leveren voor de kennissamenleving.

Deze algemene doelstelling kan als volgt gespecificeerd worden:
De opleiding Master in de Bio-ingenieurswetenschappen moet:

 

Specifieke doelstellingen Master in de bio-ingenieurswetenschappen: levensmiddelenwetenschappen en voeding

De specifieke doelstelling van de opleiding Master in de bio-ingenieurswetenschappen: levensmiddelen-wetenschappen en voeding is de vorming van een zelfstandig denkend en maatschappelijk bewuste bio-ingenieur die de diverse aspecten van de levensmiddelenwetenschappen en voeding weet te integreren om aldus te functioneren in de diverse actoren van de levensmiddelensector en aanverwante sectoren (i.e. productontwikkeling, productie, kwaliteitszorg, beleid en inspectie binnen de overheid, ontwikkelingssamenwerking, onderzoek, maatschappelijk middenveld rond voeding en gezondheid). De afgestudeerde Bio-ingenieur Levensmiddelenwetenschappen en Voeding dient de processen die plaatsgrijpen in de voedselketen en hun relatie tot gezondheid niet enkel te doorgronden, maar moet ze tevens kwantitatief kunnen beschrijven, voorspellen en verder optimaliseren en kaderen binnen een gestelde economische context. Afgestudeerden moeten in staat zijn om op een kundige en creatieve manier problemen die zich stellen in de hele voedselketen op te lossen.