Competentiegebied 3: Kenniscompetentie
  1. Inzicht hebben in de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de (bio-)chemische, microbiologische en fysicochemische processen die optreden bij de verwerkingsstappen in de levensmiddelenindustrie en bij de bewaring van levensmiddelen en hun grondstof
  2. Kwantitatieve processen ontwerpen en beheersen die worden toegepast in de levensmiddelenindustrie rekening houdend met kwaliteitszorg en voedselveiligheid
  3. Multidisciplinair en toepassingsgericht nieuwe producten ontwikkelen voor de levensmiddelenindustrie
  4. De impact van voeding op de gezondheid van de mens inschatten op basis van de inzichten over de inname en omzettingen van levensmiddelencomponenten in ons lichaam, in relatie met hun functionaliteit en voedingswaarde
  5. De veiligheid van een levensmiddel kritisch evalueren door middel van een kwantitatieve risico-analyse
  6. De verschillende (bio-)chemische, fysische en microbiologische analysemethoden voor het karakteriseren van biologische grondstoffen en levensmiddelen geïntegreerd toepassen
  7. De impact van levensmiddelen en de levensmiddelenindustrie situeren in een ruimere maatschappelijke context, rekening houdend met consumentengedrag, bedrijfskundige en economische aspecten en levensmiddelenwetgeving
Competentiegebied 4: Wetenschappelijke competentie
  1. Problemen over levensmiddelenwetenschappen en voeding vaststellen en analyseren en heldere onderzoeksvragen formuleren met het oog op het bereiken van effectieve en potentieel toepasbare oplossingen
  2. Vakliteratuur raadplegen en kritisch interpreteren volgens wetenschappelijke standaarden
  3. De geschikte analysemethoden en procestechnieken selecteren, aanpassen of desgevallend ontwikkelen
  4. Risico’s en haalbaarheid van de voorgestelde benadering inschatten
  5. Wetenschappelijk onderzoek plannen, opvolgen en bijsturen
  6. Gegevens nauwgezet verzamelen, wetenschappelijk verwerken, kritisch analyseren en interpreteren
  7. Op basis van kennis, inzicht en ervaring nieuwe of resterende knelpunten en onderzoeksvragen identificeren
Competentiegebied 5: Intellectuele competentie
  1. De eigen kennis creatief, doelgericht en innovatief inzetten bij onderzoek, ontwerp en productie
  2. Wetenschappelijk gefundeerd argumenteren in een multi-disciplinaire context
  3. Getuigen van openheid voor nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen en hun toepassingen in een brede wetenschappelijke, economische en maatschappelijke context
  4. Een actieve houding aannemen tegenover permanente kennisontwikkeling, levenslang leren en zelfstandig het eigen leerproces sturen
Competentiegebied 6: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Over de vereiste sociale en communicatieve vaardigheden om in een team te werken beschikken
  2. Beginnend leiding geven in een multidisciplinaire omgeving
  3. Onderzoeksresultaten schriftelijk en mondeling helder communiceren in het Nederlands en het Engels
Competentiegebied 7: Maatschappelijke competentie
  1. Ethisch, professioneel en maatschappelijk verantwoord handelen in een context van duurzaamheid
  2. Binnen korte tijd autonoom functioneren in wetenschappelijk onderzoek, in industriële functies, bij studiebureaus, ngo’s en overheidsinstellingen
Competentiegebied 8: Ingenieurscompetentie
  1. Zelfstandig en resultaatgericht een ingenieursproject concipiëren, plannen en uitvoeren op het niveau van een beginnende professional
  2. De complexiteit van een probleem/systeem doorgronden met behulp van kwantitatieve methoden
  3. Bruikbare informatie extraheren uit overvloedige, onvolledige of tegenstrijdige gegevens
  4. Specificaties en technische, economische en maatschappelijke randvoorwaarden afwegen en omzetten in een kwaliteitsvol systeem, product, dienst of proces
  5. Biologische, technologische, economische en ecologische aspecten integreren in onderzoek, productie, kwaliteitsbeheer, management en/of beleid