Profiel van de opleiding
De opleiding Bachelor in de Bio-ingenieurswetenschappen legt de basis voor de daarop volgende masteropleidingen, die op hun beurt leiden tot de vorming van bio-ingenieurs, de ingenieurs van de levende materie. Het programma van de opleiding Bachelor in de Bio-ingenieurswetenschappen is dan ook met dat doel voor ogen opgebouwd. Het is samengesteld uit volgende basisbouwstenen:
De bacheloropleiding zorgt voor de kennisontwikkeling van de studenten in de belangrijkste basiskennisdomeinen van de ‘Toegepaste Biologische Wetenschappen’. De opbouw binnen de kennisdomeinen gebeurt systematisch, vertrekkend van de basis in het eerste bachelorjaar en opbouwend, volgens een logisch patroon, naar de kennis nodig voor de vervolgvakken en de afstudeerrichtingsvakken. Hierbij wordt de samenhang tussen de verschillende kennisdomeinen niet uit het oog verloren.

In de opleiding Bachelor in de Bio-ingenieurswetenschappen worden nog geen keuzevakken aangeboden. De voor- en nadelen van inbouw van keuzevakken/keuzepakketten in de bacheloropleiding werden ernstig overwogen, en er werd beslist om dit pas in beperkte mate toe te laten, door het kiezen van een afstudeerrichting. De afstudeerrichtingsvakken bieden al enig perspectief op de onderwerpen van actueel wetenschappelijk onderzoek in het domein van de ‘Toegepaste Biologische Wetenschappen’. Er werd bewust dus gekozen voor een duidelijke, brede gemeenschappelijke structuur, die als onderbouw functioneert voor alle vervolgopleidingen.

De academische gerichtheid van het programma (180 studiepunten) is duidelijk af te leiden uit de studiepuntenverdeling. Het bachelorprogramma voorziet 105 studiepunten (STP) voor de wetenschappelijke basisbouwstenen, 28 STP voor algemene ingenieursvakken, 10 STP voor maatschappelijk vormende vakken, 30 STP voor de 6 afstudeerrichtingsspecifieke vakken en 7 STP voor het vak Project. Driekwart van de studietijd van een bachelorstudent in de Bio-ingenieurswetenschappen wordt dus besteed aan het ontwikkelen van fundamentele kennis voor de latere opleiding. Met de keuze van een afstudeerrichting, die 17% van de studiepunten vertegenwoordigt, wordt in beperkte mate een oriëntatie/finaliteit bewerkstelligd. Doch, het is onmogelijk om in het laatste jaar van de opleiding de student alle competenties noodzakelijk om uit te stromen als succesvolle, beginnende professional te verwerven. Het vak Project kan als een bachelor-proef beschouwd worden, en stimuleert in sterke mate de student tot het aanleren van onderzoeksgerichte attitudes en vaardigheden, eigen aan een academische opleiding.