Doelstellingen en eindtermen

Doelstellingen

Met de opleiding is het de bedoeling dat de studenten, naast de studie van de noodzakelijke bedrijfseconomische disciplines, een technisch-technologische basis-kennis verwerven, zodat ze in een latere fase kunnen functioneren als bruggen-bouwer tussen productie en andere productgeoriënteerde functies. De studenten worden ook voorbereid om vlot te kunnen omgaan met de zogenaamde ‘nieuwe’ technologieën.

Eindtermen

De inzichtelijk te verwerven kennis omvat : kunnen doorgronden van bedrijfseconomische en technisch-technologische basisbegrippen; kunnen situeren van bedrijfseconomische entiteiten in de algemeen economische context; kunnen onderscheiden van de hoofdlijnen m.b.t. de verschillende functionele domeinen in bedrijfseconomische entiteiten; kunnen duiden van de maatschappelijke relevantie en de plaats van de bedrijfseconomie in de samenleving; grondig kennen van de hulpwetenschappen zoals wiskunde, statistiek en informatica, voor zover relevant voor de analyse van bedrijfseconomische problemen en het functioneren in bedrijfseconomische entiteiten; technische basiswetenschappen en -disciplines kunnen beheersen, voor zover relevant voor het domein handelsingenieur; grondig kennen van verschillende talen, voor zover relevant voor het functioneren in bedrijfseconomische entiteiten; relaties kunnen leggen met aanpalende wetenschapsdisciplines, zoals het recht; kunnen situeren van de bedrijfseconomie in de mens- en sociale wetenschappen.

De toe te passen vaardigheden zijn : kunnen hanteren van het bedrijfseconomisch en het technisch-technologisch begrippenarsenaal; kunnen analyseren van bedrijfseconomische en technisch-technologische problemen vanuit een grondige basiskennis van de bedrijfseconomische theorie en komen tot een synthese; wetenschappelijk onderbouwde oplossingen kunnen formuleren voor bedrijfseconomische of technisch-technologische vraagstukken; methodisch en logisch kunnen denken; effectief kunnen communiceren, ook in vreemde talen; in team kunnen werken; kunnen hanteren van informatie- en communicatietechnologie.

De volgende attitudes worden nagestreefd : zelfstandigheid; kritische zin; onafhankelijkheid; integriteit; objectiviteit; sociabiliteit; beslissingsvermogen; structurering.