Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. Inzicht hebben in de begrippen en theorieën van de bedrijfseconomie en technische bedrijfskunde.
  2. De assumpties van bedrijfseconomische en beslissingsondersteunende modellen begrijpen en aan elkaar relateren.
  3. Inzicht hebben in de samenhang tussen de bedrijfseconomische wetenschappen en de ingenieursdispline (bouwkunde, elektronica, materiaalkunde, etc.).
  4. De basis van informatiesystemen en beslissingsondersteunende systemen beheersen.
  5. Aandacht hebben voor aanverwante menswetenschappen en recht.
  6. Kennis hebben van de basisprincipes van de ondersteunende wetenschappen.
  7. Doelgericht benutten van ondersteunende wetenschappen.
  8. Inzicht hebben in de recente ontwikkelingen en toekomstige evoluties van de theorievorming in de bedrijfseconomische en technische discipline.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Gebruik maken van courante methoden en technieken bij het aanpakken van onderzoeksproblemen van bedrijfseconomische en technische aard.
  2. Doelgericht bedrijfseconomische en technische informatie identificeren en verwerken.
  3. De resultaten van bestaand en van eigen initieel onderzoek interpreteren, rapporteren en evalueren.
  4. Zich bewust zijn van verschillende abstractieniveaus bij het aanpakken onderzoeksproblemen en bij het modelleren van bedrijfseconomische en technische processen.
  5. Probleemgestuurd onderzoek van bedrijfseconomische en/of technische aard identificeren.
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Bedrijfseconomische en technische vraagstellingen modelleren, analyseren en integreren.
  2. Conceptueel, analytisch en probleemoplossend denken op verschillende abstractieniveaus.
  3. Een persoonlijk standpunt formuleren m.b.t. bedrijfseconomische en technische vraagstellingen op basis van een grondige analyse en logische redenering.
  4. Kritisch reflecteren op het eigen leerproces en denken en desnoods onder begeleiding bijsturen.
  5. Een probleem benaderen vanuit meerdere perspectieven en verschillende rollen in een bedrijfseconomische context.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Correct schriftelijk rapporteren over bedrijfseconomische en technische problemen en hun oplossingen.
  2. Correct mondeling rapporteren over bedrijfseconomische en technische problemen en hun oplossingen.
  3. In team werken aan de analyse en oplossing van een onderzoeksvraag of gevallenstudie en gemeenschappelijke doelstellingen formuleren.
  4. In het Engels en Frans een gesprek voeren en teksten lezen en schrijven rond een bedrijfseconomisch en/of technisch thema.
  5. Eenvoudige managementtaken uitvoeren in complexe werk- en studiecontext.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competentie
  1. Maatschappelijke en ethische aspecten van relevante ontwikkelingen in de bedrijfseconomie en technologie onderkennen.
  2. Inzicht hebben in ondernemerschap.
  3. Oog hebben voor (de evolutie van) de rollen van professionals in de samenleving.
Competentiegebied 6: Beroepsspecifieke competentie
  1. Grondig inzicht in productiesystemen en informatica aspecten in een bedrijfseconomische omgeving.
  2. Kennis hebben van de functionele domeinen van een bedrijf.
  3. Kennis hebben van de principes van beslissingsondersteunende modellen voor een bedrijfseconomische omgeving.
  4. Inzicht hebben in de rol van technologie in een bedrijfseconomische omgeving.