Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. De kernbegrippen, theorieën, referentiekaders en verklaringsmodellen m.b.t. de bestuurlijke organisatie, organisatieveranderingen en beleidsprocessen gebruiken.
  2. Inzicht hebben in de sturingsmechanismen in de samenleving (rol van het maatschappelijk middenveld, de markt, overheid)
  3. Domeinspecifieke processen op verschillende overheidsniveaus analyseren.
  4. ‘Tools’ en technieken die publieke organisaties aanwenden voor beheer en beleid beoordelen.
  5. Actuele maatschappelijke uitdagingen vanuit verschillende perspectieven/disciplines analyseren (multidisciplinariteit).
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Een relevante domeinspecifieke wetenschappelijke probleemstelling onder begeleiding formuleren.
  2. Domeinspecifiek wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksmethoden kritisch toepassen.
  3. Domeinspecifieke wetenschappelijke inzichten beoordelen.
  4. De resultaten van domeinspecifiek wetenschappelijk onderzoek rapporteren.
  5. De beleids- en onderzoeksrelevantie van domeinspecifiek wetenschappelijk onderzoek begrijpen.
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Multiperspectivistisch domeinspecifieke vraagstukken analyseren.
  2. Een kritisch oordeel vormen op basis van wetenschappelijke kennis over domeinspecifieke problemen.
  3. Kritisch reflecteren op het eigen denken, leren, beslissen en handelen.
  4. Getuigen van interesse voor maatschappelijke en bestuurlijke vraagstukken.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Schriftelijk en mondeling communiceren over domeinspecifieke analyses en probleemoplossingen.
  2. Mondeling presenteren aan vakspecialisten en niet-vakspecialisten.
  3. Schriftelijk en mondeling communiceren in het Engels, Frans of Duits.
  4. In team werken aan een economische, bestuurs-, beleids- of managementwetenschappelijke onderzoeksvraag.
  5. Eenvoudige managementtaken uitvoeren in een uitdagende werkcontext eigen het vakgebied.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competentie
  1. De ethische en normatieve aspecten van managementbeslissingen in de publieke sfeer analyseren.
  2. Een oordeel vormen over maatschappelijke probleemstellingen, met aandacht voor een duurzame samenleving.
  3. Streven naar een beter bestuur.