Competentiegebied 1: Kenniscompetenties
  1. Geavanceerde kennis van de eigen ingenieursdiscipline innovatief toepassen op reële problemen.
  2. Specifieke tools, bouwstenen en instrumentatie innovatief en doelgericht gebruiken binnen het eigen ingenieursdomein.
  3. Creatief en doelgericht selecteren en toepassen van bestaande en/of zelf ontwikkelde geavanceerde softwaretools ter ondersteuning van het ontwerp en/of de validatie ervan.
  4. Complexe projecten beoordelen op hun meerwaarde, veiligheid, gebruiksvriendelijkheid, kwaliteit en kost, duurzaamheid, levenscyclus en milieu-impact, met inzicht in de uitvoeringsmethodiek.
  5. Zowel zelfstandig als in team complexe bouwwerken van fundering tot constructie geïntegreerd ontwerpen, technisch uitwerken en berekenen.
  6. Zelfstandig uitvoeringsmethodes voor het oprichten van complexe bouwwerken evalueren en selecteren, zowel economisch als technisch, en de keuze beargumenteren.
  7. Nieuwbouw- en renovatieprojecten beoordelen op hun veiligheid, bouwfysisch comfort, kwaliteit, kost en duurzaamheid.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competenties
  1. Wetenschappelijk literatuuronderzoek uitvoeren.
  2. Een onderzoeksvraag definiëren uitgaande vanuit een technisch-wetenschappelijke probleemstelling.
  3. Geavanceerde experimenten, processen en systemen schematiseren, modelleren en testen in een industriële context.
  4. Resultaten van onderzoek objectief en kritisch interpreteren en duiden.
  5. Integreren en synthetiseren van de eisen voor een innovatief ontwerp, alternatieven en varianten formuleren en beargumenteerde keuzes maken, ook op basis van onvolledige of tegenstrijdige informatie.
Competentiegebied 3: Intellectuele competenties
  1. Analytisch, systeemgericht en probleemoplossend denken.
  2. Implementatiegericht ontwerpen, ontwikkelen, materialiseren en creatief innoveren met aandacht voor de operationele implicaties.
  3. Met de nodige kritische zelfreflectie oordelen en handelen binnen een onzekere context.
  4. Actuele ontwikkelingen in het vakdomein opvolgen.
Competentiegebied 4: Competenties in samenwerken en communiceren
  1. Schriftelijk, mondeling en grafisch rapporteren in het Nederlands en Engels over eigen onderzoekswerk aan vakgenoten en niet-vakgenoten.
  2. Projectmatig werken: doelstelling formuleren, teamgericht werken, gericht rapporteren en de projectcyclus opvolgen.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competenties
  1. Ethisch, professioneel en maatschappelijk verantwoord handelen.
  2. De belangrijkste bedrijfskundige, normatieve en juridische aspecten van de eigen ingenieursdiscipline onderscheiden.
  3. Duurzaam-, milieu-, kwaliteits- en veiligheidsbewust handelen.
  4. Inzicht hebben in en het belang begrijpen van de rol van ondernemerschap in de maatschappij.