Competentiegebied 1: Competentie in één of meerdere wetenschappen
  1. Inzicht hebben in de Afrikaanse taalkunde: taalfamilies, verschillende Afrikaanse taalstructuren, en de geschiedenis van de discipline.
  2. De grammaticale structuur van het Kiswahili en Lingála beheersen en over een elementaire spreekvaardigheid beschikken in de twee talen, als generatieve basis voor de verwerving van actieve competentie in deze en andere Bantoe-talen.
  3. De geschiedenis, genres en technieken van de literaturen van Afrika kennen en plaatsen in de wereldliteratuur.
  4. Inzicht hebben in de culturen en cultuurbeschrijving van Afrika en de diaspora.
  5. De geografische en politieke structuren van Afrika globaal kunnen analyseren, met bijzondere aandacht voor de Noord-Zuid problematiek en de globalisering.
  6. De geschiedenis van Afrika, haar historiografie en methodologie kennen.
  7. De theorie en praktijk van de antropologie, in het algemeen en met betrekking tot Afrika in het bijzonder, begrijpen en beoefenen.
  8. Inzicht hebben in de interactie tussen taal, cultuur en maatschappij in Afrika en de diaspora.
  9. Kritisch en creatief kunnen reflecteren op de inherente pluridisciplinariteit van het vakgebied.
Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competentie
  1. Bronnen en studies over de Afrikaanse talen, literaturen, geschiedenis en culturen verzamelen en kritisch verwerken, in appreciatie van hun meerduidigheid.
  2. Taal- en letterkundige, en sociaal-wetenschappelijke methodologieën en onderzoeksvaardigheden toepassen.
  3. Taal- en letterkundige en sociaal-politieke fenomenen comparatief duiden vanuit een intercultureel en cultuurrelativistisch perspectief.
  4. Een probleemstelling, onderzoeksvragen en hypothese helder formuleren binnen de door de student gekende grenzen van de discipline.
Competentiegebied 3: Intellectuele competentie
  1. Kritisch reflecteren en beschikken over wetenschappelijke zelfwerkzaamheid bij het verwerven van kennis over Afrika en de Afrikaanse diaspora.
  2. Getuigen van een houding van intellectuele nieuwsgierigheid en levenslang leren.
  3. Getuigen van sensitiviteit voor interculturele diversiteit.
Competentiegebied 4: Competentie in samenwerken en communiceren
  1. Wetenschappelijk verantwoord mondeling en schriftelijk rapporteren.
  2. Constructief discussiëren en samenwerken met anderen.
Competentiegebied 5: Maatschappelijke competentie
  1. Het maatschappelijk belang van de Afrika-studie onderkennen.
  2. Zich bewust zijn van het wetenschappelijke ethos.
  3. Getuigen van cultuurgevoeligheid en inzicht in de interculturele en Noord-Zuid problematieken.